|
| Boten |
Een schip of boot is een vervoermiddel voor vervoer over wateroppervlakten. De
doorgaans holle of bolle romp blijft door de opwaartse druk van het water
drijven. Schepen kunnen zijn gemaakt van hout, riet, metaal, kunststof (met name
polyester), of zelfs beton. In de 19e eeuw is ook papier gebruikt als materiaal
voor boten.
Als schip worden alle vaartuigen beschouwd die ten minste 25 Moorsomton ( =
registerton m.a.w. 2.835 m3 ) meten en die gewoonlijk op zee gebruikt worden
voor het vervoer van personen of goederen, voor de visvangst, voor de
sleepdienst of voor elk ander winstgevend zeevaartbedrijf.
Schip, door WellemanSchepen worden op verschillende manieren aangedreven:
door spierkracht (roeien, peddelen, jagen, wrikken en bomen),
door de wind (zeilen),
door motoren (verbrandingsmotoren, gasturbines, elektrisch, kernenergie),
door de stroming van het water (bijvoorbeeld gierpont)en stevelen (met stroom
mee drijven).,
Verschil tussen schip en boot
Tussen schip en boot bestaat een subtiel verschil dat echter niet duidelijk af
te bakenen is. Over het algemeen wordt met een schip iets groters bedoeld dan
met een boot. Zo heeft men het nooit over een roeischip, maar altijd over een
roeiboot. Daarentegen wordt nooit van een veerschip maar altijd van een veerboot
gesproken, ongeacht de grootte.
Geschiedenis
De eerste boten, zoals vlotten, boomstamkano's, kano's en kajaks, werden
aangedreven door spierkracht of door stroming van het water. De Egyptenaren
waren de eersten die grotere schepen bouwden. De uitvinding van het zeil leidde
tot het zeilschip waardoor langere reizen mogelijk werden. De oude culturen uit
het Midden-Oosten vervoerden goederen met handelsschepen over rivieren en en
zeeën. Vooral de Feniciërs stonden als een zeevarend volk bekend. De scheepvaart
werd vooral in de buurt van kusten bedreven omdat de navigatiemogelijkheden nog
zeer beperkt waren.
Op de Middellandse Zee was in de antieke tijd de politieke dominantie vaak met
de heerschappij op zee verbonden. Belangrijke oorlogsschepen waren de galeien
zoals de trireme, die met behulp van riemen werden aangedreven. Het Vikingschip
was in de vroege Middeleeuwen het snelste verkeersmiddel van de wereld. Zo
konden de Vikingen steden vaak verrassen wanneer ze die overvielen.
In de Hanzetijd was de kogge het belangrijkste schip voor overzeese handel. In
dezelfde tijd ontwikkelde China onder admiraal Zheng He extreem grote
zeilschepen, waarmee mogelijk een reis om de wereld is gemaakt.
Ook de eerste Europese ontdekkers (Ferdinand Magellaan, Columbus, Vasco da Gama)
gebruikten zeilschepen als het karveel en de kraak.
Doordat de takels werden verbeterd, en door de verspreiding van het bezaanzeil,
alsook het feit dat de scheepswerven als een industrie werden opgezet,
ontstonden grote zeemachten (Spanje, Portugal, De Republiek der Zeven Verenigde
Nederlanden en Engeland), die naast elkaar en achtereenvolgens de macht- en
handelspolitiek tot in de in 19e eeuw bepaalden. Meer dan 100 jaar lang vonden
er geen wezenlijke verbeteringen plaats aan de grote schepen die de wereldzeeën
bevoeren.
Door de uitvinding van de stoommachine konden de eerste mechanisch aangedreven
schepen ontworpen worden. Doordat de ontwikkeling van
schepen en takelwerk steeds wetenschappelijker werd, kwamen als laatste
succesvolle zeilschepen kwamen de klipper en de windjammer op het toneel. De
klipper was een snel schip met drie dwars getuigde masten. de windjammer was een
veel groter en zeer efficiënt transportschip met tot wel vijf masten waar van de
achterste meestal langsgetuigd was. Klippers en windjammers transporteerden in
harde concurrentie met elkaar in een zo hoog mogelijk tempo thee, wol of guano
naar Europa en Noord-Amerika tot het begin van de twintigste eeuw.
De eerste stoomschepen waren uitgerust met een scheprad. Dit werd opgevolgd door
de efficiëntere schroef. En de bouw van oorlogsschepen leidde ook bij civiele
schepen tot het gebruik van stalen rompen.
Schepen tegenwoordig
Tegenwoordig maakt men voor aandrijving vooral gebruik van dieselmotoren en
turbines. Schepen worden op een werf gebouwd (zie scheepsbouw en schepenlift).
Wanneer de romp klaar is laat men deze van stapel lopen, waarna het schip wordt
afgebouwd. Reparaties aan schepen gebeuren meestal in een dok, dit is dan
hoofdzakelijk voor het gedeelte dat zich onder water bevindt tijdens de vaart,
maar kleine reparaties en tijdelijke noodreparaties worden ook door duikers
uitgevoerd.
Het vliegverkeer heeft de grote oceaanschepen verdrongen voor het
intercontinentale passagiersvervoer. Maar schepen zijn uit kostenoverwegingen
het belangrijkste vervoermiddel gebleven voor massagoederen en stukgoed. Dit
gebeurt tegenwoordig vooral in containers. De grootste schepen zijn de
mammoettankers die meer dan 300.000 ton olie kunnen vervoeren. De moderne
vrachtschepen hebben een dienstsnelheid van rond de 20 (37 km/uur) tot 25 knopen
(46 km/uur).
Voor bepaalde veerdiensten, zoals tussen Griekenland en Italië of Noorwegen en
Duitsland, zijn er supersnelle schepen van het type Roll-on Roll-off gebouwd.
Deze schepen kunnen een maximum snelheid van 30 knopen of 55 km/uur halen. Om
gewicht bij deze schepen te sparen is het bovendek van aluminium gemaakt.
Vooraan de boeg net onder water zit bij de moderne schepen een torpedovormige
constructie, waardoor de weerstand van het water verminderd wordt. De golf die
deze constructie veroorzaakt zorgt er voor dat de boeggolf minder groot wordt.
Cruiseschepen zijn voorzien van stabilisatoren, waardoor het schip minder rolt.
Scheepstypen
Boten Historische scheepstypen Moderne Scheepstypen,
Boomstamkano,
coracles,
curragh,
Giek,
Gondel,
Jacht,
Kajak,
Kano,
Vouwkano,
Katamaran,
Motorboot,
Opblaasboot,
Roeiboot,
Pieremegoggel,
Wherry,
Sportboten
Acht,
C-boten,
D-boten,
Dubbeltwee,
Dubbelvier,
Katamaran,
Skiff,
Trimaran,
Twee zonder,
Twee met,
Vier zonder,
Vier met,
Roeischepen,
Bireem,
Galei,
Hollandse roeiboot,
Schietschouw,
Trireem,
Vikingschip,
Vlieger,
Motorschepen
Raderstoomboot,
Stoomschip,
Zeilschepen
Aken,
botters,
Blazers,
bolschepen,
klippers,
kotters,
ponen,
schoeners,
schokkers,
schouwen,
tjalken,
jollen,
pramen,
Balant,
Bargh,
Beurtschip,
Boerenbootje,
Bok,
Bootken,
Crabschuyt,
Crayer,
Damloper,
Damsout,
Eewer,
Eiker,
Enkhuizer bol,
Fluit,
Fregat,
Friese maatkast,
Galjas,
Galjoen,
Hagenaar zeilschip,
Heude,
Hoogaars,
Hulk,
Jonk,
Kaag,
Karveel,
kofschip,
Kogge,
Kraak,
Kwak,
Lastageboot,
Linieschip,
Logger,
Naveel,
Oost-Indiëvaarder,
Otter,
Pink,
Pleit,
Potschip,
Punter,
Retourschip,
Rijnschip,
Schietschuit,
Schuit,
Seyken,
Sloep,
Smalschip,
Snik,
Snouw,
Statenjacht,
Steilsteven,
Vlotschip,
Westering,
Waterschip,
Windjammer,
Wijdschip,
Zeeuws Waterschip,
Zeilkast,
Zetteboot,
Zomp,
Oorlogsschepen,
Amfibisch transportschip,
Bevoorradingsschip,
Fast Attack Craft,
Fregat,
Korvet,
Kruiser,
Landingsvaartuig,
Mijnenjager,
Mijnenveger,
Onderzeeër,
Slagschip,
Torpedojager,
Vliegdekschip,
Vrachtschepen voor de zeevaart
Coaster,
Containerschip,
Gastanker,
Half-afzinkbare schepen,
Koelschip,
Olietanker,
(Mammoet)Tanker,
Bulkcarrier,
Roll-on Roll-off schip,
Lighter Aboard Ship,
Vrachtschepen voor de binnenvaart
Dortmunder (Dortmund-Ems),
Europaschip,
Groot Rijnschip,
Kempenaar,
Rhein-Herne,
Spits,
Veerpont,
Duwboot,
Passagiersschepen
Cruiseschip,
Voetveer,
Baggerschepen
Sleephopperzuiger,
Emmerbaggermolen,
Snijkopzuiger,
Overige schepen
Gierpont,
Trekschuit,
Vlieger,
Overige scheepstypen
Anchor Handling Tug,
Brandweerschip,
Draagvleugelboot,
Kotter,
Lichtschip,
Loodsboot,
Onderzoekschip,
Platformbevoorradingsschip,
Reddingboot,
Sleepboot,
Trawler,
Woonboot,
IJsbreker,
Juridische betekenis
In het Burgerlijk Wetboek (Boek 8, Art. 1) wordt onder schepen verstaan: "Alle
zaken, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens hun (menselijke) constructie
bestemd zijn om te drijven en drijven OF hebben gedreven." Let op, een schip in
aanbouw wordt hier ook onder verstaan.
In de parlementaire geschiedenis is deze bepaling als volgt toegelicht: T.o.v.
het begrip "drijven" stelt het ontwerp aan de te beoordelen zaak twee eisen: (i)
het moet blijkens zijn constructie bestemd zijn om te drijven en (ii) het moet
drijven of hebben gedreven. (i) Door het eerste vereiste zijn, in
overeenstemming met het spraakgebruik, allerlei in het water drijvende zaken
buiten het begrip "schip" gebracht: levende wezens, boomstammen (zolang niet tot
een vlot verenigd), wrakhout, afval, enz. Daar echter moet worden aangenomen,
dat een secundaire bestemming tot drijven voldoende is, zullen ook zaken, die
gemeenlijk niet als zodanig worden aangeduid, als "schip" gelden. (...) (ii)
Naast "blijkens zijn constructie tot drijven bestemd zijn" stelt het ontwerp als
vereiste voor het zijn van "schip", dat de zaak moet drijven of hebben gedreven.
Blijkens dit "hebben gedreven" verhindert tijdelijk vastzitten of droog gezet
zijn van een zaak niet, dat het als schip wordt beschouwd. Zou het dit wel doen,
dan zou het karakter van een zaak zich van ogenblik tot ogenblik kunnen
wijzigen. Een booreiland b.v. blijft een schip, ook al staat het tijdelijk op de
zeebodem. Wanneer de zaak echter tijdens vastzitten zijn bestemming tot drijven
verliest, hetgeen ook mogelijk is, doordat er door wijziging van constructie een
geheel andere bestemming aan wordt gegeven (...), dan houdt deze op "schip" te
zijn. Een booreiland dat blijvend op de zeebodem wordt bevestigd, verliest dus
zijn kwaliteit van schip. (Kamerstukken II 1975/76, 14 049, nrs. 3-4, blz. 7-8)
(Zie uitspraak van de Hoge Raad op 28/05/2004 LJN AP0226, nr. 38.958).
Vervolgens wordt in de artikelen 2 en 3 van Boek 8 een onderscheid gemaakt naar
zeeschepen, zeevissersschepen en binnenschepen.
Zeeschepen: schepen welke blijkens hun constructie uitsluitend of in hoofdzaak
voor drijven IN ZEE (in tegenstelling tot binnenwater) zijn bestemd.
Zeevissersschepen: zeeschepen die blijkens hun constructie uitsluitend of in
hoofdzaak voor de bedrijfsmatige visvangst zijn bestemd.
Binnenschepen: schepen welke blijkens hun constructie noch uitsluitend noch in
hoofdzaak voor drijven in zee zijn bestemd.
Voortdrijving divers,
Periode vanaf de Oudheid,
Snelheid tot 60 km/h, sportboten tot 500 km/h,
Beschikbaarheid particulier bezit,
Infrastructuur oppervlaktewater,
Doelgroep personen- en vrachtvervoer / visserij / recreatie,
Boot Speurder RijkswaterstaatEen boot is een klein vaartuig, dat niet als schip
kan worden aangeduid. Het is mogelijk dat in het Nederlands het woord 'boot' een
verbastering is van het archaische woord bodem, dat nog te herkennen is aan het,
eveneens archaische, oorlogsbodem een oud woord voor oorlogsschip.
De verschillen tussen een 'boot' en een 'schip' zijn moeilijk aan te duiden,
hoewel het duidelijk lijkt dat een roeiboot geen 'schip' is, wordt het anders
met een onderzeeër die altijd een 'boot' wordt genoemd. Toch wordt iemand die
zijn zeilboot of motorboot een 'schip' noemt, vreemd aangekeken, zodat het
verschil heel duidelijk wordt aangevoeld.
De verwarring tussen 'boot' en 'schip' is al terug te vinden in 19e eeuws
Nederlands, met de invoering van de stoomboot, eerst kleine scheepjes met aan
boord een stoommachine als drijvende kracht. Toen deze stoomaandrijving werd
aangebracht in wat nog steeds gedeeltelijk zeilschepen waren, vervaagde het
begrip en werden deze vaartuigen soms 'stoomschip' of soms 'stoomboot' genoemd.
Uit deze eeuw immers stamt de "Hollandse Stoomboot Maatschappij", een
onderneming met zeeschepen in de grote vaart.
Het woord 'bodem' (in het Engels 'bottom') betekende een zeeschip, zowel voor de
handel als oorlogvoering en in zekere mate is deze betekenis overgegaan op
'schip'. In het Engels wordt het onderscheid tussen 'boot' en 'schip' verklaard
met: Een schip kan een boot aan boord nemen, maar een boot kan geen schip aan
boord nemen.
Nederlandse schippers zeiden: De boot komt achter het vaartuig, behalve de
sleepboot, die komt ervoor.
Betekenissen van het woord BOOT
1. Een open vaartuig van geringe afmetingen. Een half-gedekte boot is een boot
met een vast voordek. Een gedekte boot in een boot met gangboorden en een voor-
en achterdek. Een boot van redelijke afmetingen, als zelfstandig vaartuig voor
het uitoefenen van beroep of bedrijf gebruikt, noemt men een schuit of in
sommige gevallen een praam.
2. Scheepstype: zeilend vrachtschip uit de 16de eeuw.
3. Verzamelnaam voor diverse types bij- en dochterboten. Men kent onder meer: de
Brabantse boot , de Groninger boot en de Hollandse boot.
4. Bepaalde maat Zalmdrijver. Grote of Zegenboot 7,25 x 2,15m. Volle of Hele
boot: 7 x 2,15m.
5. Verkorting van sleep- en duwboot. Losse boot, vrijvarende boot: een sleepboot
zonder sleep of een duwboot zonder bakken.
6. Grootste boot aan boord van zeilende zeeschepen ook de grote boot of sloep
genoemd.
7. Landrottenterm voor een vaartuig ongeacht of dit een opblaasgevalletje of een
oceaanstomer is.
|
|
|